Het domein van Jacob
vrijdag, 25 november 2011 00:00
Paul Straatsma
Voor Jacob uit Jistrum is hulphond Marjorie in de eerste plaats een kameraad. Waar hij is, daar is de hond ook. Tenzij hij een boze bui heeft, dan gaat de hond ervandoor. Hoe eerder Jacob dan weer bij zinnen is, hoe eerder Majorie weer terug is.

VERBODEN TOEGANG! Het alom bekende blauwe bord zit vastgespijkerd aan een hut in een tuin aan de Ieswei in Jistrum. Er lijkt geen twijfel mogelijk: dit is het domein van Jacob. De terreinbeheerder is op het moment van ons bezoek nog op school. Zijn moeder Wilma neemt tijdens zijn afwezigheid de honneurs waar. Zij ontvangt ons in het achterliggende huis. Aan opmerkingen over de hut in de voortuin is zij gewend. Ze moet er vaak om lachen: “Laatst vroegen mensen die langsliepen: ‘Heeft die jongen wel een bouwvergunning aangevraagd?’”
Hoewel voornaamste, is Jacob niet de enige reden om bij de familie Reen op bezoek te gaan. De andere reden is Marjorie, de hulphond van Jacob. Gelaten laat de Golden Retriever de aandacht over zich heen gaan. Sinds dit voorjaar maakt ze deel uit van het gezin, dat naast Wilma (39) en Jacob (10) bestaat uit vader Harry (40). Jacob heeft geen broertjes of zusjes. Wat hij wel heeft laten we hem zelf vertellen, als hij een half uur later thuiskomt - voorlopig is Jacob nog even afwezig. Dat stelt zijn moeder in staat om in alle rust haar verhaal te doen over haar zoon en zijn hulphond.
“Ons doel was dat Jacob een kameraad zou hebben, daarom wilden wij een hulphond”, vertelt Wilma. “Dat doel is gelukt. Waar Jacob is, daar is de hond ook, ze trekken echt samen op.” Marjorie – of Mats zoals ze gemakshalve meestal genoemd wordt - wordt overal bij betrokken. “Jacob heeft haar verjaardag op de kalender gezet. Toen ze jarig was hebben we een cadeau gekocht. ‘Maar hoe moet ze dat uitpakken?’ vroeg Jacob. Toen hebben we hondenbrokjes tussen het papier gedaan. Marjorie wist daar wel raad mee.” Maar Marjorie kwam met nog een doel – en over dat doel is Wilma niet tevreden. “Het was onze hoop dat de komst van de hond ons zou ontlasten. Ik kan niet zeggen dat dat gelukt is. Jacob is niet minder van ons gaan vragen. Dat vinden we heel jammer.”
Marjorie is natuurlijk niet zonder reden bij de familie Reen terechtgekomen. Jacob heeft PDD-NOS en volgt speciaal onderwijs op de Gerritsmaschool in Drachten. De school met zijn kleine klassen biedt Jacob veel structuur. “Voor Jacob is dat heel belangrijk. Hij heeft veel moeite met veranderingen”, vertelt zijn moeder. “Hij wil alles van tevoren weten. Als hij iets in zijn hoofd heeft dan moet dat precies zo gebeuren.” Het leven laat zich echter niet altijd plannen, dat bezorgt Jacob geregeld een boze bui. “De hond loopt dan bij hem weg. Daar maken we gebruik van. ‘Als je nou eerst eens rustig wordt’, zeggen we dan, ‘dan komt Mats vast en zeker wel weer terug.’ Dat doet de hond ook. Jacob komt zo eerder bij zinnen.”
Dan is het zover. Jacob komt thuis uit school: een tas en een jas verdwijnen in een hoek, Jacob zelf verdwijnt in een kast, om daar meteen weer uit tevoorschijn te komen met een grote koektrommel. Met een grote gevulde koek in zijn handen gaat hij er eens goed voor zitten. Hij bemonstert zijn visite en stelt zijn vragen: wie ben je, wat doe je en wanneer ga je weer weg? Het is duidelijk: Jacob is iemand die wil weten waar hij aan toe is. Als hij doorheeft dat de visite te maken heeft met zijn hulphond, dan wil hij ook vertellen over de andere dieren die bij het gezin horen. “Onthoud je dat? Dus nog een hond (Cindy, een oude dove Jack Russel), twee katten, vijf konijnen, twee geiten en een paard.” Nauwlettend kijkt hij toe hoe de verslaggever zijn aantekeningen maakt. Dan is het tijd om zich om te kleden. Voor Jacob begint de dag pas echt als hij buiten in oude kleren zijn gang kan gaan. Even later tikt hij vanuit de tuin op het raam en wijst hij op een verse molshoop. De grijns op het gezicht maakt duidelijk dat de mol een verblijfsvergunning kan vergeten. Zo hoort dat als je terreinbeheerder bent.
’
De trukendoos van Roderik
zondag, 25 september 2011 00:00
Paul Straatsma
Roderik is de hulphond van Judy Hooghiemstra. Hij helpt zijn ‘vrouwtje’, die in een rolstoel zit, bij allerlei dagelijkse activiteiten. Maar Roderik is niet alleen hulphond; in zijn vrije tijd is hij metgezel, voor Judy, haar man en de andere hond in het gezin. Ze vormen een hecht viertal.

‘Wil je binnen of buiten zitten? En wil je thee of koffie? Zeg het maar, wil je er ook wat bij?’ Bezoek wordt bij Judy Hooghiemstra in Groningen hartelijk ontvangen: door Judy zelf, door honden Noah en Roderik en door echtgenoot Bauke. Judy (52) gaat in een rolstoel door het leven en Bauke (57) is sinds jaar en dag haar steun en toeverlaat. Maar hij is niet de enige toeverlaat, Judy heeft ook steun aan Roderik die hulphond is. Terwijl Bauke in de keuken verdwijnt, rijdt Judy de tuin in om onder de bladeren van de druif te vertellen over haar hulphond.
Tetra plegica plastica; de naam klinkt mysterieus als een toverspreuk, maar helaas voor Judy verricht het uitspreken geen wonderen. Ze kreeg de naam ooit te horen van een arts die zich verdiepte in haar ziekte. Judy zit sinds haar zevende levensjaar in een rolstoel, een noodzakelijk gevolg van een complicatie bij haar geboorte. Ongelukkigerwijs kreeg Judy op haar veertigste ook nog twee hersenbloedingen. Sindsdien heeft ze last van afasie en beschikt ze niet op elk moment over de juiste woorden. Wanneer ze haperen vult Bauke haar aan.
Honden zijn belangrijk in het leven van Judy – héél belangrijk zelfs. Dat blijkt als de verhalen komen. Voordat Judy over Roderik vertelt, wil ze het hebben over Beer. Afgaande op de manier waarop zowel Judy als Bauke over de kruising berner sennen/golden retriever spreken, komt dat de hond toe - ook al is hij inmiddels vier jaar geleden overleden. Op de foto die uit de portemonnee wordt gehaald prijkt een lieve hond met een grijze snoet. Hij werd gecremeerd, iets van zijn as hangt in een klein kokertje om Judy’s nek, tussen haar vader en haar moeder in. Judy draagt die drie altijd bij haar.
Dan is het tijd voor de hulphond. ‘Roderik wil wat te doen hebben. Als ik naar de douche ga zit hij daar al, zo van: wat kan ik voor je doen?’ Dat is behoorlijk wat: Roderik trekt Judy’s sokken uit – ‘dat doet hij trouwens ook bij Bauke’- en hij presteert het om, met wat hulp van zijn baas, ook haar broek uit te krijgen. In huis opent Roderik de deuren: aan de deurkrukken hangen touwen met ballen waaraan de hond op commando trekt. Roderik doet alles met toewijding, hij beschikt over een zorgzame instelling. ‘Laatst merkte hij dat ik ’s nachts ziek werd, hij tikte me met z’n neus wakker’, vertelt Judy trots. De volgende dag constateerde de dokter astmatische bronchitis. ‘Roderik hoorde mijn piepende ademhaling. Hij lag twee dagen bij me op bed. Hij was niet bij me weg te slaan. Ik heb hem lekker geknuffeld.’
Het oprapen van spullen is de belangrijkste taak van Roderik. ‘Wat ik ook op de grond mieter, hij pakt alles op. Hij zeurt er zelfs om’, vertelt Judy met zichtbaar genoegen. Graag geeft ze een demonstratie. Achtereenvolgens vliegen een bal, een portemonnee en een breinaald door de kamer. ‘Roderik, pak!’ Trouw legt de hond alles op de plank van de rolstoel. Zelfs de breinaald weet hij van de grond te krijgen, de knop bungelt precies tussen zijn voortanden. Met z’n bedachtzame collieogen kijkt hij zijn baas aan, om vervolgens een koekje in ontvangst te nemen. Ondertussen slaat Noah een slaatje uit de verrichtingen van haar vriend; de bijdehante westie snoept telkens lekker mee.
De komst van een hulphond in huize Hooghiemstra had heel wat voeten in aarde. De moed zakt je in de schoenen als Bauke de lijst van personen en instanties – huisarts, ziekenhuis, thuiszorg, zorgverzekeraar, geschillencommissie en ombudsman – opnoemt die naar elkaar door- en terugverwezen, en uiteindelijk de aanvraag afwezen. ‘En toen haakte de stichting die vooraf, ongeacht de uitkomst van de aanvraag, al een hulphond toezegde, ook nog af.’ Judy en Bauke bleven zitten met de kosten. Via internet vernam Bauke van Helphûn Fryslân. ‘Op vakantie in Oostenrijk, juli vorig jaar, vulden we de papieren in.’ Begin oktober kwam Roderik, vlak voor Judy’s verjaardag. ‘Het voelde als een geweldig cadeau’, vult Judy aan.
Vakantie is iets waar Judy en Bauke veel werk van maken. En of het in het buitenland is of op de camping in Joure, de honden maken deel uit van het gezin. Alle benodigdheden gaan mee in de bus, ook de driewieler die ervoor zorgt dat Judy en Bauke samen kunnen fietsen. Noah past prima in de fietstas bij Bauke, Roderik zit in de fietskar achter de driewieler. Ook thuis in Groningen worden afstanden niet geschuwd, afgelopen week noteerde de rolstoel 114 km.
Doordeweeks gaat Judy naar Noorderbrug, een daginstelling waar allerlei activiteiten plaatsvinden. Uiteraard gaat Roderik met haar mee en bewijst hij ook daar zijn diensten. ‘Alles wat op de grond valt pakt hij op, ook voor anderen.’ Het moge duidelijk zijn dat Roderik geliefd is onder de collega’s van Judy. Ondertussen werkt Judy aan plannen voor de hond. ‘Ik wil vrijwilligerswerk met hem gaan doen in het ziekenhuis. Als hulphond mag hij daar komen. Roderik, met zijn trukendoos, zou heel goed werk kunnen verrichten. Voor zieke kinderen kan een bezoek van zo’n lieve hond heel veel betekenen.’
Alsof hij wist bij wie hij moest zijn
maandag, 08 augustus 2011 07:38
Paul Straatsma
Mensen die een fokhond in hun gezin opnemen; Stichting Helphûn Fryslân kan niet zonder hen. Voor gezinnen is het een manier om aan een fantastische hond te komen en een goed doel te steunen. Zoals de familie Dijkstra in Stiens waar collie Kobe en sheltie Meggie niet meer zijn weg te denken.
Van dik hout zaagt men planken, zo luidt althans het spreekwoord. Maar Jacoba Dijkstra (44) uit Stiens maakt van dik hout prachtige sculpturen. In de woonkamer van het huis dat zij bewoont met man André (44), zoon Jarno (15) en dochter Kirsten (13) neemt hout een prominente plek in. De sculpturen staan opgesteld op een massief eiken vloer, tussen stevige houten tafels en stevige houten kasten.
Een prominente plek in huize Dijkstra wordt ook ingenomen door de honden Kobe en Meggie. Kobe is een Schotse collie korthaar. Met zijn negen jaar is hij in de herfst van zijn leven, zijn lange snuit wordt gestadig aan grijs. Zoals het een ouder wordende man betaamt gedraagt hij zich bedachtzaam en treedt hij weinig op de voorgrond. Dat kan niet gezegd worden van Meggie. De sheltie is zich bewust van haar charmante verschijning. Met parmantig tred schrijdt ze door de kamer. Als er iets gebeurt is zij de eerste die ervan weet – en de eerste die het doorvertelt.
Kobe en Meggie zijn fokhonden van Stichting Helphûn Fryslân. Ze zijn niet de eerste hond van de stichting die bij de Dijkstra’s onderdak kreeg. Brian, een pup, ging hen voor. ‘Een kennis vroeg of wij een pup acht weken in huis wilden om hem te socialiseren. Bij ons kan een toekomstige hulphond natuurlijk goed wennen aan alles wat in en rond een gezin gebeurt’, vertelt Jacoba. Het verzoek leidde tot groot beraad tussen de echtelieden. Het gezin was namelijk verdeeld in twee kampen, met aan de ene kant de dames die altijd al graag huisdieren wilden hebben (en nu hun kans schoon zagen) en aan de andere kant de heren die minder voor een hond in huis waren te porren.
Wat heet: Jarno moest zelfs helemaal niets van honden weten. Juist daarom werd besloten Brian toch in huis te halen; wie weet hielp de pup de zoon des huizes over zijn angst voor honden heen. Die angst was namelijk niet gering, op straat liep Jarno geregeld voor een hond een blokje om. De socialisatie van de pup verliep voorspoedig, maar Jarno raakte zijn angst niet kwijt. ‘Als Jarno op de bank zijn benen van schrik optrok, dacht de pup dat hij wilde spelen, met alle gevolgen van dien’, geeft André als voorbeeld.
De Dijkstra’s waren echter niet voor een gat te vangen, daarbij werden ze terzijde gestaan daar Anita de Bruin van de stichting. Toen Brians socialisatie er op zat en de pup werd teruggebracht, wachtte het gezin een bijzondere ontvangst. ‘We werden gevraagd in het leslokaal plaats te nemen, toen werd Kobe binnengebracht’, vertelt Jacoba. ‘De hond liep rustig om ons vieren heen en drukte toen zijn snuit tegen Jarno aan, alsof hij wist bij wie hij moest zijn.’ Het was voor iedereen het teken dat Kobe de juiste hond was voor de Dijkstra’s.
Wat gehoopt werd, gebeurde. Kobe won het vertrouwen van Jarno, sterker nog, de hond bleek voor een levenslustige puber zelfs aan de saaie kant. Uiteraard had Anita de Bruin ook daar een oplossing voor. Zij stelde voor een tweede jonge hond in huis te nemen, ‘om Kobe te activeren’, uiteraard opnieuw een fokhond van de stichting. Wanneer André – lachend, dat wel - over de komst van Meggie vertelt, is het duidelijk dat hij een drempel moest nemen. Jacoba haast zich ondertussen te verklaren dat zij zich wel wat schuldig voelde over de komst van een tweede hond. Inmiddels is Meggie niet meer uit het gezin weg te denken. Zij bereidde zelfs de weg voor Brunette voor, een sheltie van de stichting die bij de ouders van Jacoba in huis werd genomen.
Kobe heeft in het verleden zijn kwaliteiten als dekreu al bewezen, nu is het wachten op het moment dat Meggie de hare als moeder kan waarmaken. Het zijn de voorwaarden waaronder Helphûn Fryslân haar honden bij gezinnen plaatst: de reuen blijven beschikbaar om te dekken en met de teven kan de stichting tot tweemaal toe een nestje fokken. Het lijkt de Dijkstra’s spannend mee te maken, ze zouden het geeneens erg vinden als Meggie in hun huis de pups zou krijgen. Het tekent hun betrokkenheid bij Helphûn Fryslân: ‘Wij willen de stichting graag steunen en we zijn blij met de honden in ons huis.’
Denver doorbreekt projecten
dinsdag, 21 juni 2011 06:28
Paul Straatsma
Denver is de hulphond van Fenna van der Ree uit Beetgumermolen. Als we haar moeder Bianca bellen voor een interview vraagt deze eerst bedenktijd. Een verhaal over de hulphond van haar dochter met ASS is namelijk - zoals zij zegt - niet alleen maar positief. Ze vraagt zich af of ze dat wel kwijt wíl en of ze dat op de website van Helphûn Fryslân wel kwijt kán. Een paar dagen later doet ze toch haar verhaal; elke ervaring is immers leerzaam.

Wie woont in Beetgumermolen moet opgewassen zijn tegen de wind; hard of zacht laat die er nooit verstek gaan. Achter in de tuin van de familie Van der Ree reikt het zicht kilometers ver over wuivend groen grasland. In de luwte van het huis doet Bianca (33) haar verhaal terwijl Fenna (7) in de zandbak taartjes bakt en haar zusje Renske (4) door de tuin drentelt. De schotse korthaar collie Denver ligt languit onder de tafel. Broer Jorrit (9) is bij een vriendje aan het spelen, vader Erik (34) is buitenshuis aan het werk.
“Het bakken van taartjes in de zandbak, dat is Fenna ten voeten uit”, geeft Bianca als voorbeeld wanneer haar gevraagd wordt hoe het autisme zich bij haar dochter uit. “Fenna gaat enorm op in haar eigen wereld. Het liefst knutselt ze en gaat ze van project naar project. Dat biedt weinig ruimte voor anderen, maar ze moet natuurlijk wel gewoon in het gezin meedraaien.” Fenna volgt het regulier onderwijs, de school staat niet ver van het ouderlijk huis. Dankzij de ‘korte lijntjes’ met de leerkrachten kan Fenna op school goed meekomen. “Ze is zeker wel communicatief, maar in haar praten springt ze van de hak op de tak. Dat is voor anderen en voor haarzelf lastig.”
Ruim een jaar geleden deed Denver zijn intrede in het gezin. Zijn gewenning verliep niet vlekkeloos. Bianca vindt het niet makkelijk daarover te vertellen. “Er waren zaken die ongelukkig samenvielen. Met de komst van Denver ging Renske voor het eerst naar school. De school bezorgde Renske veel spanning, die moest ze thuis uiteraard ontladen. Dat liep dwars door de gewenning van de hond heen.” Bij zijn komst was Denver nog maar vijf maanden oud, achteraf gezien te jong voor een gezin in rep en roer. Dergelijk jonge honden plaatst Hulphûn Fryslân dan ook niet meer, de honden moeten eerst een jaar oud zijn. Als Bianca terugdenkt aan die periode schieten haar ogen vol: “Denver voelde dat wij instabiel waren en is zelf gaan leiden. Dat hebben we moeten doorbreken.”
Om dat probleem te doorbreken volgden Bianca en Erik nogmaals de oudercursus bij Hulphûn Fryslân. Gelukkig hadden ze toen al positieve ervaringen opgedaan, dat motiveerde om door te gaan. Een van die ervaringen was dat Fenna, na tijden van weerstand, haar ouders weer wilde zoenen. Op school was een jongen vervelend geweest, het moment voor Fenna om jongens voortaan als ‘stom’ af te doen. Maar niet alleen jongens, ook haar vader werd op afstand gehouden en zelfs Bianca stuitte op weerstand. Toen kwam Denver. “Die hond likt en doet gewoon wat in hem opkomt, ook om het gezicht. In lichamelijk contact is Fenna daardoor veel ontvankelijker geworden. Op een avond, bij het slapengaan, vroeg ik of ik haar een zoen mocht geven – het mocht… Dat alleen al was de moeite van al het gedoe rond Denver waard.”
Nadat Bianca dit verteld heeft komt er meer ruimte voor wat wel goed ging. Bijvoorbeeld dat Fenna sociaal vaardiger is geworden. “Denver doorbreekt Fenna’s ‘projecten’ en biedt tegelijkertijd structuur, want hij moet bijvoorbeeld uitgelaten worden. En nog belangrijker: om van Denver iets gedaan te krijgen, bijvoorbeeld een balspelletje, moet Fenna samenwerken met anderen, zoals haar broer Jorrit.” Twee zaken noemt Bianca heel specifiek: lichamelijke inspanning is voor Fenna een veel minder groot probleem geworden – Denver moet immers uit – en haar zelfbeeld is duidelijk verbeterd. Dat laatste blijkt bijvoorbeeld in de speeltuin. “Fenna is trots op Denver en dat mogen andere kinderen weten ook. Als hij naast haar van de glijbaan afgaat kijkt ze in het rond: zien jullie wel wat ik doe?”
Het is tijd om een conclusie te trekken, voor Bianca bestaat die uit twee delen. “Het proces met Denver is nog altijd gaande. De band tussen Fenna en Denver is niet zo optimaal als gewenst is. Het kind moet voor de therapiehond het belangrijkste zijn. Die band kwam moeilijk tot stand in een gezin waarin andere kinderen ook aandacht willen en nodig hebben.” Ze vervolgt: “Maar als je me vraagt of ik er opnieuw aan zou beginnen, met alles wat ik nu weet, dan zeg ik ja; de komst van Denver heeft heel veel goede ontwikkelingen in gang gezet. En het is ook goed geweest voor mijn eigen zelfvertrouwen.”
|
|