Crystal lijdt aan epilepsie. De korthaar collie Pateu van Stichting Helphûn Fryslân is haar maatje. Sinds de komst van Pateu weet moeder Gwendolynn precies wanneer het tijd is haar dochter medicijnen te geven. En met Pateu in de buurt verlopen contacten voor Crystal veel gemakkelijker.

Een zonovergoten dag in Heerenveen, de plaats waar Crystal (5) met haar moeder Gwendolynn, vader Dirk en zusje Ruby-Lynn woont. Buiten in de tuin wacht hulphond Pateu geduldig op haar baasje. Die is juist even naar binnen gegaan om vlug een stel paardrijlaarzen aan te trekken. Zonder de laarzen van je moeder is boerderijtje of circusje spelen nooit helemaal echt, dat spreekt voor zich. Het laat zich raden wie het paard is, een hulphond is niet voor een gat te vangen. “Je gaat toch niet op Pateu zitten?”, lacht Gwendolynn als Crystal parmantig door de schuifdeuren naar buiten stapt.
Met haar dochter rustig buiten aan het spelen neemt Gwendolynn de tijd om te vertellen. Drie jaar geleden werd vastgesteld dat Crystal aan epilepsie lijdt. De koortsstuipen waaraan de artsen aanvankelijk dachten bleken de ernstige chronisch ziekte te zijn. Nog altijd komen de aanvallen onregelmatig: soms vijf of zes keer per week, dan weer blijven ze een maand uit. Met medicatie probeert Gwendolynn de epileptische aanvallen van haar dochter voor te zijn. Een onmogelijke opgave. Maar sinds Pateu in huis is, gaat het toch veel beter.
“Pateu reageert altijd als er iets met Crystal aan de hand is. De hond wordt onrustig, gaat geeuwen of slaat met een poot. Als dan nog niemand reageert begint ze zelfs te blaffen. Op dat moment weten wij dat Crystal een aanval krijgt.” Volgens Gwendolynn weet Crystal zelf inmiddels ook precies hoe het werkt. “Dan komt ze bij me en waarschuwt ze: ‘Mam, Pateu zegt dat ik medicijnen moet.’ Ze kan het op die manier zelf al aangeven.”
Voor Gwendolynn is het geen vraag meer of een hond kan helpen. Ze durft blind op Pateu te varen. Haar man Dirk keek wat langer de kat uit de boom, maar is inmiddels ook helemaal gewonnen. De babyfoon is zelfs al aan de kant geschoven; Pateu slaapt immers bij Crystal, in een bench naast het bed, dat wel. “Hier kan geen machine tegenop. Laatst sliep ik heel diep. Normaal gesproken ben ik ’s nachts bij het minste of geringste wakker, toen vreemd genoeg niet. Hoe dan ook: ik werd wakker toen Pateu bovenop me sprong. Crystal had een aanval.”
Dirk en Gwendolynn prijzen zich gelukkig om het toeval waarmee ze met Stichting Helphûn Fryslân in contact kwamen. Dat mensen met epilepsie baat hebben bij een hulphond, daarvan hadden ze nog nooit gehoord. “We dronken iets in een restaurant. Crystal houdt van dieren. Ze zag daar een hond en stapte daar op af. Wij raakten aan de praat met de eigenaar. Het was Anita de Bruin van Stichting Helphûn Fryslân. Toen ter sprake kwam dat Crystal lijdt aan epilepsie, was een afspraak snel gemaakt.”
Aanvankelijk zette Gwendolynn nog wel vraagtekens bij de komst van de hond. Het gezin had namelijk eerder een hond. Deze moest weg omdat Crystal allergisch was. Ook nu speelde de allergie op. “Eerst kregen we een jonge hond van Stichting Helphûn Fryslân. Deze kwam uit een gastgezin waar hij brokken had gegeten in plaats van vers vlees.” De voeding bleek van grote invloed te zijn op de allergische reactie van Crystal. Overigens nam de jonge hond zijn taak wel heel serieus. “Omdat Crystal zich niet goed voelde door de allergie, werd de hond heel onrustig, precies zoals het hoorde.” De jonge hond kon echter niet blijven. Pateu sprong in de bres. De tien jaar oude collieteef had haar bekwaamheid inmiddels ruimschoots bewezen. Gelukkig reageerde Crystal niet allergisch op haar.
De epilepsie trekt diepe sporen in de ontwikkeling van Crystal. Dat is te merken op school. Door de aanvallen is ze vaker moe, waardoor ze niet goed mee kan komen met de anderen, zowel in het leren als in het aangaan van contacten. Die laatste houd ze vaak op afstand. Met Pateu in haar buurt gaat haar dat veel beter af. “Laatst vroeg een klasgenootje of ze bij Crystal mocht komen spelen”, vertelt haar moeder. “Crystal zag dat niet zitten. Toen heb ik gevraagd of het dan goed was dat het meisje langs zou komen om Pateu te zien. Dat vond Crystal goed. De beide meisjes hebben vervolgens de hele middag samen gespeeld.”
Of het klasgenootje een vast vriendinnetje wordt is de vraag. Over een paar weken gaat Crystal naar een andere school; een school waar het er minder hectisch aan toegaat. Op de nieuwe school rennen de kinderen bijvoorbeeld niet als een dolle op het schoolplein door elkaar heen. Voor Crystal zijn dat namelijk veel te veel prikkels, daarvan wordt ze moe. Haar moeder hoopt dat Crystal op de nieuwe school goed op haar plaats zal zijn. Ze heeft goede hoop. Wij hopen met haar mee en we wensen Crystal alle succes.
De schuifdeuren gaan open, Crystal komt weer binnen, het circus heeft de voorstelling kennelijk beëindigd. Of het goed is dat die meneer een foto van haar maakt? Even kijkt ze haar moeder aan, dan klinkt het duidelijk: “Ja, dat is goed.” Pateu is er immers bij, dat maakt heel veel uit.





